Als de zin terugkomt, maar er nog geen plek is om te beginnen

Er komt soms een moment waarop iemand voorzichtig weer iets begint te willen. Niet meteen een baan van drie dagen per week, niet meteen verantwoordelijkheid, deadlines en prestatiedruk, maar iets kleins. Een ochtend ergens helpen. Meekijken. Een taak uitproberen. Weer mensen om zich heen hebben. Ervaren dat je ergens onderdeel van bent.

Juist dat moment is kwetsbaar. Want de wens is er wel, maar het vertrouwen nog niet altijd. Iemand kan voelen: ik wil weer iets betekenen, maar ik weet nog niet of ik het volhoud. Ik wil ergens beginnen, maar ik wil niet meteen vastzitten aan verwachtingen die ik misschien nog niet kan waarmaken.

En precies daar lijkt vaak een gat te zitten. Tussen thuis zitten en volledig meedraaien. Tussen herstellen en functioneren. Tussen “ik wil weer iets” en “ik ben betrouwbaar inzetbaar”. Voor veel mensen is dat geen klein detail, maar precies de fase waarin herstel weer in beweging kan komen.

De stap naar werk is pijnlijk ingewikkeld als mensen graag weer aan de slag willen, maar nergens rustig mogen beginnen.

Dat is een van de belangrijkste inzichten uit mijn onderzoek naar de stap naar werk op de Herstelacademie. Uit de resultaten komt een duidelijke beweging naar voren: veel mensen willen graag weer iets gaan doen. Betaald werk, vrijwilligerswerk, dagbesteding, een opleiding, een project, iets kleins of juist iets groters. De vorm verschilt per persoon, maar de motivatie is er.

En dat vind ik belangrijk om te benoemen. Want er wordt soms over mensen in herstel gesproken alsof ze vooral niet willen. Alsof het probleem vooral een gebrek aan motivatie is. Maar wat ik zie, is iets anders. Veel mensen willen juist wél. Ze willen meedoen, iets betekenen, weer onder de mensen zijn en ervaren dat ze meer zijn dan hun klachten, hun uitval, hun geschiedenis of hun dossier.

Alleen: willen is niet hetzelfde als kunnen.

De wens om iets te betekenen

Een opvallende uitkomst is dat veel mensen aangeven dat de wens om weer aan de slag te gaan vooral uit henzelf komt. Ze willen weer iets betekenen. Ze missen sociaal contact, structuur en het gevoel dat ze ergens bij horen. Ze willen hun kwaliteiten weer gebruiken.

Dat is belangrijk om te benoemen, want het laat zien dat de stap naar werk niet alleen gaat over inkomen, verplichtingen of inzetbaarheid. Het gaat ook over herstel, zingeving, verbinding en opnieuw naar buiten bewegen. Voorzichtig en zoekend. Soms met veel zin, soms met angst, en vaak met allebei tegelijk.

Niet het willen ontbreekt
De wens om weer aan de slag te gaan komt vaak uit mensen zelf. Veel mensen willen iets betekenen, maar hebben een plek nodig waar ze rustig kunnen beginnen.

De grens van belastbaarheid

Waar het in de praktijk vaak spannend wordt, is de belastbaarheid. Veel mensen voelen op een bepaald moment: ik begin weer een beetje ruimte te krijgen. Ik wil iets doen. Ik wil weer onder de mensen zijn. Ik wil bijdragen. Maar dat betekent nog niet dat ze meteen veel uren aankunnen, elke week hetzelfde kunnen leveren, of zonder spanning, vermoeidheid of terugvalrisico kunnen functioneren.

Sommige mensen geven aan dat het de ene keer wel lukt en de andere keer niet. De ene dag is er energie, de andere dag niet. Soms gaat twee uur goed, maar vier uur niet. Soms lukt een taak prima, maar is de sociale druk eromheen te veel. Soms gaat het een paar weken beter, en daarna komt er toch weer een terugslag.

En daar ontstaat een probleem. Want veel werkplekken willen graag dat ze op je kunnen rekenen. Dat is ergens begrijpelijk. Een organisatie moet kunnen plannen. Er zijn roosters. Taken moeten gedaan worden. Andere mensen rekenen op je.

Dat geldt niet alleen voor betaald werk. Ook vrijwilligerswerk is lang niet altijd zo vrijblijvend als het van buitenaf lijkt. Ook daar zijn roosters, verwachtingen, afspraken en sociale codes. Ook daar kan iemand het gevoel krijgen: als ik nu ja zeg, moet ik het straks ook waarmaken. Voor iemand die net weer voorzichtig begint op te bouwen, kan zelfs een kleine verplichting al groot voelen.

Juist voor mensen in herstel is voorspelbaarheid vaak nog niet volledig terug. En als je pas welkom bent zodra je alweer stabiel, inzetbaar en betrouwbaar genoeg bent, dan mis je precies de tussenfase waarin je die stabiliteit weer zou kunnen opbouwen.

De behoefte aan een tussenplek

Wat mensen nodig lijken te hebben, is eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld: een plek waar je rustig kunt beginnen. Met één of twee dagdelen, zonder de druk dat je meteen moet bewijzen dat je weer volledig functioneert. Een plek waar je mag oefenen met aanwezig zijn, taken oppakken, grenzen voelen en weer vertrouwen krijgen in jezelf.

Zulke plekken zijn er wel, maar in de praktijk vormen ze vaak nog een bottleneck. Zeker in een tijd waarin de roep om personeel groot is. Er is een groep mensen die graag wíl. Mensen met ervaring, betrokkenheid en doorzettingsvermogen. Maar zij hebben een andere opstap nodig dan de standaardroute.

Niet meteen: “Hier is een functie, kun je dit aantal uren leveren?”

Maar eerder: “Wat lukt al, en hoe bouwen we dit zorgvuldig op?”

Een brug, geen sprong

De stap naar werk vraagt dus niet alleen motivatie van de persoon zelf. Die motivatie komt uit mijn onderzoek overduidelijk naar voren. Het vraagt ook een passend antwoord vanuit de maatschappij.

Wat deze uitkomsten zo hoopvol maakt, is het verlangen dat erin doorklinkt. Mensen willen niet uitsluitend bezig zijn met herstellen; ze willen weer ergens bij horen, bijdragen en ontdekken wat er nog mogelijk is. Maar wel op een manier die het herstel niet onderuit haalt.

Daarom zou het gesprek over de stap naar werk minder moeten gaan over de vraag of mensen wel genoeg wíllen, en vaker over de vraag of de omgeving genoeg ruimte biedt. Want de stap naar werk is voor veel mensen geen simpele sprong. Het is eerder een brug. En die brug moet ergens op kunnen rusten: op vertrouwen, geduld en passende verwachtingen. Op plekken waar je niet meteen hoeft te bewijzen dat je alweer de oude bent, maar waar je mag ontdekken wie je nu bent, wat je aankunt en hoe je weer van betekenis kunt zijn.

Hi, I’m Nicole

2 Comments

  1. Ja dat klopt wel wat je hebt geschreven. Het vinden van een plek om weer terug te komen in de maatschappij of werk is erg moeilijk. Zeker al het gaat om een paar uur of dagdelen. Je wil dan wel maar het wordt je bijna onmogelijk gemaakt om rustig terug te komen. En dan krijg je de blikken van je wil niet werken. Dat is het niet je wil juist heel graag maar de mogelijkheid hoe is haast niet te vinden.

    Mooi verhaal bedankt voor het delen

    1. Dankjewel Martijn! Ja, precies dat bedoel ik: het gaat vaak niet om niet willen, maar om geen passende plek vinden om rustig op te bouwen.

      En die blikken van “je wil niet werken” maken het extra pijnlijk, juist omdat de motivatie er vaak wél is. Alleen ontbreekt de vorm waarin iemand veilig en haalbaar kan beginnen. Mooie aanvulling!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *